KALF_020.JPG
In de hele keten: van kalvermelkpoeder tot en met de slachterij vinden controles plaats om de kwaliteit te garanderen.

Kalveren, hemoglobine en vleeskleur

Kalfsvlees heeft een karakteristieke smaak, is mals en heeft een licht roze kleur. Veel consumenten, vooral in de zuidelijke landen van Europa, waarderen dit vlees in hoge mate. De karakteristieke kleur en smaak worden bepaald door de voeding van het kalf. Het menu van kalveren bestaat hoofdzakelijk uit kalvermelk, waardoor de lebmaagvertering het gehele leven intact blijft.

De samenstelling van de gebruikte eiwitten, oliën en vetten in de kalvermelk - verteerd en opgenomen na de lebmaagpassage - bepalen mede de smaak van het vlees. Daarnaast krijgen de dieren ‘vast voer’ in de vorm van ruwvoer (onder andere hooi, stro en maïs), om de ontwikkeling van de magen te stimuleren en het herkauwen te bevorderen. De opname van de hoeveelheid ijzer is gereguleerd om op slachtleeftijd het gewenste hemoglobine (Hb)-niveau te bereiken.

Bij de geboorte van een kalf is de ijzervoorraad per individueel dier zeer variabel en daarmee ook de Hb-waarde in het bloed. Lage waardes komen frequent voor. In de eerste levensweken van het kalf daalt het Hb ook nog door afbraak van het zogenoemde foetale Hb. Lage waarden zijn bij het kalf een gebruikelijk verschijnsel.

Europese regelgeving omtrent hemoglobine

Om te voorkomen dat het Hb-gehalte van kalveren tijdens de houderijperiode onder een gewenst niveau (bloedarmoede) daalt en daarmee het welzijn schaadt, zijn in de jaren negentig in de Europese Unie regels opgesteld. Op basis van uitgebreid onderzoek in meerdere landen, is een minimaal niveau bepaald van 4,5 millimol per liter bloed. Omdat de individuele waarden door allerlei uitwendige omstandigheden sterk kunnen variëren, geldt dit minimum als gemiddelde waarde voor de groep dieren die op een kalverhouderij aanwezig is.

Hemoglobine in de Nederlandse kalversector

In Nederland is dit minimum sinds 1997 van toepassing. Om deze minimum norm verder te onderbouwen, is in de jaren 1995-1999 een onderzoeksproject opgezet in samenwerking met de overheid, de Dierenbescherming en de vleeskalversector. Hierbij is vastgesteld dat de bovengenoemde waarde geen negatieve invloed heeft op het aanpassingsvermogen van de kalveren qua groei en immuun(afweer-)capaciteit. Ook is aangetoond dat de dieren in staat zijn om op een fysiologische manier te reageren op veranderende omstandigheden.

Controle in de praktijk

Om in de praktijk te waarborgen dat de minimale Hb-waarde wordt gerespecteerd, worden tijdens de houderijperiode bloedmonsters van kalveren genomen. Na analyse wordt zo nodig extra ijzer verstrekt. Dit laatste is vooral op jonge leeftijd zeer frequent noodzakelijk, gezien de grote individuele variatie. In de praktijk krijgt meer dan tweederde van alle kalveren in de eerste levensmaand (tot 70 kg) extra ijzer toegediend, bovenop de start-kalvermelk die al extra ijzer bevat.